Gras beschikt slechts over de bovenste paar cm van de bodem voor de opname van vocht en voedingsstoffen en stelt dus hoge eisen wat betreft het vochthoudend vermogen en voedingstoestand van de bodem. Bovendien prefereert weiland een zo optimaal mogelijke bodemstructuur, zodat de bodemverluchting verzekerd blijft.
De zeer lichte gronden (zand en lemige zandgronden) zijn niet in staat voldoende vocht en voedingsstoffen vast te houden en leveren bijgevolg weilanden op van lage kwaliteit en productiviteit. Naarmate de gronden verzwaren (textuur L, A, E), neemt het voedingsstoffen- en vochtleverend vermogen toe, wat uiteraard zowel de productiviteit als de kwaliteit optimaliseert.
Omwille van de oppervlakkige beworteling doet weiland het eveneens goed op de vochtige gronden (drainageklasse d en e).